Apr 072016
 

We gaan wéér terug naar het magische Perú, één van de 20 grootste landen van de wereld. Dit keer zijn we van plan om het midden van het land te verkennen, o.a. het Junínmeer.

Lago Junín - Chinchaycocha

Lago Junín – Chinchaycocha – 4080 m

In de bergen is er een droge, warmere en een natte, koudere periode die zomer en winter worden genoemd. Het is zomer van mei tot en met oktober met dagtemperaturen rond de 25 graden Celsius. In mei bloeien de bloesems.

We zijn van plan stapsgewijs omhoog te gaan via carretera central (173 km), één van de hoogste wegen ter wereld, zodat we langzaam aan de grote hoogte kunnen wennen. Een groot deel van de weg loopt langs de rivier Rímac, die Lima van water voorziet. De weg gaat langs La Oroya, één van de 10 meest vervuilde plaatsen ter wereld. Vandaar willen we de weg vervolgen richting Tarma, waar we al eens geweest zijn op weg naar huis, en vervolgens richting Junín. Eigenlijk gaan we dus onze vorige reis in de bergen van Perú vervolgen.

  • Lima 0 m
  • Chosica 1172 m
  • Cocachacra 1426 m
  • Matucana 2398 m
  • San Mateo 3149 m
  • La Oroya 3745m
  • Tarma 3053 m
  • Acobamba 2940 m (El Señor de Muruhuay)
  • Junín 4107m
  • Lago Junín (Chinchaycocha) 4080 m

Zoals altijd volgens onze reisverhalen hieronder.

Vluchtschema

17 mei 10:40 Amsterdam 11:55 Parijs AF1341 Airbus A320-200
17 mei 14:00 Parijs 19:20 Lima AF0480 Boeing 777-300
21 jun 21:35 Lima 16:40+1 Parijs AF0483 Boeing 777-300
22 jun 18:00 Parijs 19:15 Amsterdam AF1440 Airbus A320-100

Met een aanbieding betaalden we ruim minder dan de helft van de reguliere prijs voor deze vluchten.

Reisroute


(zal worden bijgewerkt tijdens onze reis)

May 222016
 

Tarma is de stad van de “fiestas” (feesten) en bloemen. De hele maand mei en een gedeelte van de maand juni is er feest met optochten en muziek. Tijdens “Samana Santa” (Pasen) worden hier enorme bloementapijten op de straten gelegd en zijn er processies. Tot voor kort stond het record van het grootste bloementapijt op naam van Tarma. De stad staat bij de Peruanen bekend als “La Perla de los Andes”, de parel van de Andes. De stad is niet ver van de jungle en leeft hoofdzakelijk van textiel, leer en bloemen.

Vanwege het scheve bed wisselen we, na een ontbijt met volkorenbroodjes (!) en Edammer kaas (!), van hostal. We sliepen in hostal Central. We sliepen al eens eerder in dit mooie koloniale gebouw met krakende, bruin en donker roodgeverfde houten vloeren. De architectuur is traditioneel: twee verdiepingen rond een open patio.

We aten panqueques, die heel anders dan onze pannenkoeken zijn. Ze worden gefrituurd en smaken en beetje maar oliebol. Ik dronk er chocolademelk bij. Lekker!

We bezochten een marktje met toeristische artikelen, zoals truien, armbandjes en sleutelhangers, die gezien de vaak lage kwaliteit meer gericht was op de Peruanen dan op de weinige westerse toeristen.

Met een “carro” gingen we naar het nabijgelegen stadje Acobamba om het sanctuario de Muruhuay te bezoeken. Het is een kerk gebouwd om een heilige rots met een “imagen” (plaatje) van een gekruisigde Jezus Christus achter een glazen raam dat iedereen wil aanraken. Voor de Peruanen is dit een bedevaartsoord. Het heeft wat weg van Lourdes. Buiten lekte er water langs een muur dat in flesjes werd opgevangen als heilig water. Er waren vele, kleurrijke kraampjes op weg naar de kerk, met allerlei religieuze artikelen, ook voor de bijgelovigen. Er was zelfs een waarzegster.

Natuurlijk was er een feest, inclusief een kleine kermis, met naar onze begrippen eenvoudige, maar leuke attracties en spelletjes. Er was een klein, roestig reuzenrad op primitieve maar effectieve wijze met motor, banden en kettingen aangedreven. Natuurlijk was er eten en drinken in overvloed. Bij diverse kraampjes werd er bier en sterke drank in plastic bekertjes verkocht.

We bezochten ook een parkje om/op een heuvel met allerlei religieuze teksten op stenen en bankjes. Bovenop stond een groot ijzeren kruis en gek genoeg ook een klein propellervliegtuigje.

De donkere wolken, waaruit wat druppels regen vielen, zorgde voor een aparte wat dreigende sfeer. Gelukkig zette de regen niet door.

Het was een leuk, kleurrijk middagje uit.

‘s Avonds at Hanneke “pollo” (kip) met “papas fritas” (patat; minder krokant en dus wat gezonder dan bij ons) en “ensalada” (salade met tomaat en komkommer). Hanneke kon kiezen uit “pecho” (borst) of “pierna” (poot). Ik at hetzelfde, maar dan zonder kip. De hoeveelheid patat was groot genoeg voor een hele familie.

May 222016
 

Na een ontbijt met zelfbereide warme “avena” (haver) van het merk “tres ositas” (drie beertjes) reisden we met een kleine passerende bus in ongeveer een uur naar San Mateo op 3249 meter hoogte. Er waren hostals genoeg, maar de meeste waren gesloten en de enkele die open waren, waren of vol of gevestigd in veel te hoge gebouwen (weer we niet wilden slapen i.v.m. aardbevingen). Dat was jammer, want het was verder een aantrekkelijk plaatsje met behulpzame mensen, doorsneden met een gekanaliseerde, onstuimige rivier (Rio Blanco, die er inderdaad wit uitziet).

Aan het eind van de ochtend aten we wat in een familierestaurantje. We kiezen bij voorkeur het menu van de dag, want dat is meestal vers bereid (en 2 à 3 keer goedkoper dan á la carte; zo’n twee euro voor twee gangen plus een zelfgemaakt drankje). Bovendien ondersteunen we op deze manier de lokale economie. Als de bediening en het eten goed zijn, geef ik een ruime fooi.

We reisden met een ander busje in ongeveer 20 minuten door naar het dorpje Casapalca. De jonge, aardige chauffeur had al geregeld dat we gelijk konden overstappen in een volgend busje naar La Oroya (3745 m). De andere passagiers vonden dit niet zo leuk, want voor hen was er geen plek meer. In dit busje met in totaal zeven zitplaatsen, waarvan er al drie bezet waren, stapten onderweg nog acht goedgestemde mijnwerkers in! Gewoon een kwestie van goed stapelen … Ze reisden maar een klein stukje mee en stapten uit bij een groot, omheind mijnbouwgebied. Wij vervolgden de weg door een spectaculair berglandschap, over de Ticlio-pas op maar liefst 4818 meter hoogte. In dit gebied is er helaas veel vervuilende mijnbouw. Na ongeveer een uur kwamen we in La Oroya aan, een stadje dat op de lijst van de tien meest vervuilde plaatsen ter wereld staat. Hoewel we honger hadden, aten we hier niets, want het drinkwater is hier vervuild met onder andere arsenicum. We wilden zo snel mogelijk weer weg. Langere tijd hier blijven, kan irritaties geven door de vervuilde lucht. Gelukkig konden we snel weg met een “carro” (auto die dienst doet als taxi en vertrekt als de vier zitplaatsen bezet zijn; één voorin en drie achterin). De wat oudere chauffeur sloeg bij elke religieuze plek een kruisje. Het was ook de eerste chauffeur die zich netjes aan de snelheidslimieten hield. Na ongeveer een uur werden we bij het busstation van het mooi gelegen stadje Tarma afgezet. Hier waren we al eens eerder en hoewel we proberen te vermijden om dezelfde plaatsen te bezoeken, is dit een noodzakelijke stop i.v.m. transport.

We aten bij chifa Zeng, die ons ongevraagd aangeraden werd toen we het op straat over een chifa hadden. Chifa’s zijn relatief goedkoop en je krijgt net als in Nederland ruime porties. Ook zijn er altijd wel vegetarische gerechten. Ik at “chaufa” (nasi) met een gebakken ei met groenten die als een ufo over de bol met nasi was gelegd.

We sliepen in de wat luxere hostal El Dorado, waarvan het bed toch wat te wensen overliet. Er was veel warm water, maar de temperatuur varieerde wel van lauw tot heet. De kamer was ruim en goed ingericht. De houten parketvloer was mooi en schoon.

Eigenlijk zijn we op weg naar Tarma veel hoger geweest dan we hadden gepland, maar gelukkig hebben we daar geen last van gehad. Tarma ligt op grofweg dezelfde hoogte als San Mateo en is dus een goede plaats om verder aan de hoogte te wennen.

Tarma is aanmerkelijk kouder, ‘s nachts 2 graden en overdag 12 graden. Onderweg hadden we wat regen. Er is zelfs kans op sneeuw.

Helaas ben ik een beetje verkouden geworden, wat niet gek is met al de hoestende en proestende mensen om ons heen. Reizen in een ontwikkelingsland, zeker met grote hoogteverschillen, vraagt wel wat van je weerstand. We zijn dan ook op reis, niet op vakantie.

Alle foto’s staan voorlopig hier (wordt alleen bijgewerkt als we Wi-Fi hebben).

May 212016
 

Het ontbijt bestond uit kleine Ciabatta broodjes en jonge “Zwitserse” kaas, die uit klein Zwitserland, een gebied in het noorden van Peru komt. We zetten voor het eerst zelf koffie en dat lukte goed. We gebruiken Peruaanse koffie van het merk Altomayo, dat een gebied in Peru is. Op het pak staat “para pasar” (om te zetten).

Met een klein busje reisden we in ruim anderhalf uur maar het kleine bergstadje Matucana (provincie Huarochiri). De drukke carretera central volgt hier de Rio Rimac stroomopwaarts. Er waren een paar kleinere tunnels en een wat grotere tunnel en aan het eind staken we de rivier via een brug over naar het stadje. De bergen zijn hier prominent aanwezig. Op de berghelling staan veel grote cactussen. We lieten de karakteristieke mist van Lima definitief achter ons. De hemel is hier strak blauw.

Matucana is veel rustiger en kleiner dan Chosica. De carretera central loopt langs het stadje in plaats van er doorheen, wat een groot verschil maakt. Een verschil is ook dat hier geen tralies voor de winkels zitten. De straten zijn schoon en de huizen goed onderhouden.

Net nadat we aankwamen, was er een kleine optocht van scholieren met muziek, omdat het de dag van het college was.

Thuis luisterden we via het internet naar radio Matucana om alvast de sfeer te proeven en die viel zeker niet tegen. De vaak wat melancholieke muziek is heel herkenbaar als je het ooit gehoord hebt. De meest voorkomende muzieksoort is “huayno” en de wat melancholiekere soort heet “marinero”. De mensen hebben hier een praktische levenshouding die geworteld is in een millennia van geschiedenis, ondanks de aanpassingen aan het moderne leven.

We sliepen in een kleine, maar schone kamer in het twee verdiepingen tellende hostal Matucana. ‘s Ochtends was er lauw water, voldoende om ons te kunnen wassen.

Dit stadje komt in de reisgidsen niet voor. We wonnen informatie in bij een kantoortje voor toerisme, waar we vriendelijk te woord werden gestaan.

Na wat gegeten te hebben, lieten we ons met een “mototaxi” (tuk-tuk) brengen naar het nabijgelegen dorpje Huariquiña, dat bestaat uit een kerkje en een paar huizen. Daarvandaan liepen we naar de “caterata” (waterval) Challape. We gingen eerst verkeerd via een steil, smal en rotsachtig pad omhoog, terwijl we de “ferrocaril” (spoorbaan) hadden moeten volgen. De aanwijzingen die we gekregen hadden, waren op meerdere wijzen uit te leggen. De waterval was niet groot, maar wel de moeite waard om te bezoeken.

‘s Middags aten we een menu met als voorafje “papas a la huancaina”, plakken gekookte aardappelen in een typische Peruaanse saus. ‘s Avonds at Hanneke een lekkere “bisteck” (biefstuk) met “papas fritas”, zelfgemaakte patat. Ik at “trucha frita”, gebakken zalmforel. We deelden samen een Cusqueña negra, een heerlijk donker biertje uit Peru.

Matucana ligt op 2398 meter hoogte, ruim 1200 meter hoger dan Chosica. De temperatuur is hier wat lager, zeker ‘s nachts. Overdag is het met veel zon aangenaam. De zon gaat door de bergen vrij vroeg “onder”, al voor 4 uur.

Tot en met Chosica was er snel mobiel internet (LTE), maar in Matucana is er slechts een langzame verbinding (EDGE), die af en toe werkte. Ook de Wi-Fi van het hostal werkte maar af en toe.

Alle foto’s staan voorlopig hier.

May 202016
 

Na het ontbijt liepen we met onze rugzakjes (slechts ca. 7 kilo) naar de straat waar de combi’s vanuit Lima naar Chosica vertrekken. Combi’s zijn kleine busjes met zo’n 10 zitplaatsen (drie rijen van drie en twee naast de chauffeur), die vertrekken als alle plaatsen bezet zijn. Doordat de straat was opgebroken, vertrokken de combi’s een straat verderop. We misten net een volle combi en de volgende kwam “ahorita”, over een moment, wat alles kan betekenen van een minuut tot enige uren. Gelukkig duurde het niet lang voor de volgende combi weer vol was. Het duurde wel lang voor we de bebouwde kom van Lima eindelijk verlieten en verder gingen op de carretera central, de zevende hoogste weg van de wereld. Ruim een uur na vertrek kwamen we in het stadje Chosica aan.

Chosica heeft een heel groot groen park, dat een mooie compensatie is voor de drukke carretera central die door twee straten, één heen en één terug, van de stad loopt. Een klein meisje en een nog kleiner jongetje kwamen nieuwsgierig op ons af. We hadden een kort gesprekje met de moeder. De mensen zijn hier vriendelijk en er wordt gegroet op straat.

We aten wat in een familierestaurantje. We kozen het menu van de dag (simpelweg aangeduid als “menu”). We konden kiezen uit een aantal variaties. We kozen voor gebakken vis, die werd gereserveerd met witte rijst, een kleine, frisse salade en een zelfgemaakt drankje (“hierba luisa” = citroenverbena met wat suiker).

Daarna liepen we door het stadje op zoek naar een overnachtingsplek bestand tegen aardbevingen, die hier regelmatig voorkomen. We vermijden hoge gebouwen en gebouwen die er niet stevig uitzien.

We maakten foto’s van het treinstation vanaf de loopbrug over de hier onstuimige rio (rivier) Rimac, die Lima van water voorziet. Er is eens in de maand op onregelmatige tijden een passagierstrein de bergen in, maar het spoor wordt hier voornamelijk gebruikt voor vervoer van en naar hoger gelegen mijnbouwgebieden.

We liepen door de overdekte markt met vele kleine stalletjes, waar je van alles kunt kopen. Na de uitgang omhoog via een betonnen trap vonden we de eenvoudige maar schone hostal Malecon. De kamer, met voor de helft zeegroene muren, was ruim, maar er was geen warm water. Later kwamen er erachter dat er een laken ontbrak, maar gelukkig hebben we altijd een lakenzak bij ons.

In de supermarkt kochten we een pak Peruaanse koffie, zodat we zelf koffie kunnen zetten met een kleine zeef/trechter en filterzakjes no. 0. De meeste koffie die je hier kunt krijgen is oploskoffie, die we niet lekker vinden.

We aten een stuk pizza, omdat we trek hadden. Later aten we bij een “chifa” (chinees) rijst met groenten en mie met kip (“tallarin con pollo”).

Chosica ligt op 1172 meter in de uitlopers van de Andes. Het is een stap op weg om aan grotere hoogte te wennen.

Alle foto’s staan voorlopig hier.

May 192016
 

We brachten eerst een dag en een nacht door in Den Haag, waar we het interessante Museon bezochten en lekker aten in het Marokkaanse visrestaurant “Hollandse Nieuwe”. Zo hoefden we niet heel vroeg op te staan om op tijd op Schiphol te zijn.

We vlogen volgens planning via Parijs naar Lima. De vlucht naar Lima was lang, meer dan 12 uur in een Boeing 777-300. Vreemd was dat net gedaan werd alsof het nacht was. We trokken ons er niets van aan en sliepen maar weinig. Omdat we ‘s avonds zouden aankomen in Lima, zouden we anders twee nachten achter elkaar moeten slapen. Voor het eerst namen we melatonine in om te voorkomen dat we niet konden inslapen of te vroeg wakker zouden worden en dat werkte verrassend goed.

Lima is voor ons een vertrouwde stad, waar we ons goed kunnen oriënteren. Het is fijn om hier weer te zijn. We ontbeten in een voor ons bekend cafeetje en dronken Peruaanse koffie, die vrij mild is en anders smaakt dan we in Nederland gewend zijn.

We regelden mobiel internet bij Claro, de één na grootste provider van Peru. We kochten bij de Metro, een supermarktketen, twee stevige plastic éénliterflessen voor in onze flessendragers. Onze ervaring is dat deze buiten Lima nauwelijks te verkrijgen zijn.

Na een vegetarische lunch lieten we ons met een taxi naar plaza (plein) Dos Mayo brengen, waar heel veel kleine en soms wat grotere muziekwinkeltjes zijn. Hanneke kocht een goed klinkende kleine (platte) akoestische gitaar met praktische beschermhoes en een extra setje snaren voor op reis.

We overnachtten in hotel España in het historische centrum van Lima, waar we lang geleden tijdens onze eerste reis naar Peru ook sliepen. Het hotel is gevestigd in een groot koloniaal gebouw dat goed onderhouden is. De originele tegels liggen gelukkig nog op de vloeren. De gangen en kamers zijn smaakvol ingericht. Onze kamer had een houten parketvloer. Het bed was goed en het water warm.

Het centrum van Lima wordt verlicht met natriumlampen, die de stad ‘s avonds een aparte, bijna spookachtige, sfeer geven.

Overdag is het in Lima elke dag rond de 23 graden en ‘s nachts 17 à 18 graden, zodat het nooit echt koud is. In Lima regent het vrijwel nooit, maar er is wel vaak mist, die in dit jaargetijde ‘s middags plaatsmaakt voor zon.

Foto’s op de weblog zetten lukt door een beperkte internetverbinding helaas niet. 🙁

Mijn foto’s staan daarom voorlopig hier.