Griekenland in de winter

 2017 Griekenland, Reizen  Reacties uitgeschakeld voor Griekenland in de winter
nov 302017
 

We gaan de eerste twee weken van december naar Griekenland. De aanleiding is een uitvoering van concerto métis van Roland Dyens door Elena Papandreou en het Grieks staatsorkest van Thessaloniki.

De temperatuur in Griekenland is in de winter niet veel hoger dan in Nederland en sneeuw is niet ongebruikelijk, dus de winterjassen gaan mee.

De nacht voor onze vlucht naar Thessaloniki slapen we in Stayokay Amsterdam Vondelpark. Met het openbaar vervoer is Schiphol binnen een half uur bereikbaar daarvandaan.

De eerste twee nachten slapen we in Crossroads hostel, een stukje buiten het centrum.

Witte toren, Thessaloniki

Zoals altijd volgens onze reisverhalen hieronder.

Vluchtschema

We vliegen met Transavia.

30 nov 10:00 Amsterdam 13:55 Thessaloniki HV5807
14 dec 14:35 Thessaloniki 16:45 Amsterdam HV5808

Toegestane handbagage: 10 kg (meer dan we meenemen)

Links

Reisroute

De reisroute zal weer nagenoeg live bijgewerkt worden. Met de nieuwe Europese roaming regels kan ik gewoon mijn Nederlandse internetbundel in Griekenland gebruiken (“Roam like at home“).

dec 182016
 

Het kostte een stadsbus ongeveer een half uur om ons door het drukke verkeer naar de busterminal van Toluca te brengen, waar we binnen vijf minuten wegreden naar Mexico-Stad. We kwamen na ongeveer een uur en een kwartier aan op bus- en metrostation Observatorio (= Poniente, hoewel alleen de reisgidsen dit blijkbaar nog zo noemen). Met de metro, twee keer overstappen, reisden we naar de ruime en groene wijk Santa Maria La Ribera, waar we een ietswat donkere kamer regelden in het driesterrenhotel Santa Maria, met ruim warm water. Deze wijk wordt verder niet in de reisgidsen genoemd, wat wij verder wel prima vinden. 😉

We bezochten Museo de la Caricatura, waar het licht was uitgevallen en de collectie karikaturen voornamelijk politiek georiënteerd was en dus wat mij betreft minder interessant. Daarna bezochten we Museo Archivo de la Fotografía, waar voornamelijk oorlogsfoto’s te zien waren en dat dus ook wat mij betreft minder interessant was. Tenslotte bezochten we een museum met een welluidende naam: Museo de la Secretaría de Hacienda y Crédito Público, maar de meeste werken, van veelal onbekende kunstenaars, spraken ons niet erg aan. Dit is reizen: soms valt het tegen een soms zie je geweldige dingen.

In restaurant d’Alfredo, vier blokken van het hotel en twee blokken van de metro, aten we nog een “consome” (bouillon, ditmaal van groenten, maar vaker van kip, bijvoorbeeld van de nek),  “enfrijoladas” (voorgerechtje van bonen, tortilla en geraspte jonge kaas) en een grote “filet de pescado” (vers gebakken, gepaneerde visfilet), waarbij we een heerlijke “agua de horchata” (in Mexico een gezoete rijstdrank) dronken. (Dit alles voor 60 pesos, ongeveer 3 euro, per persoon.) Aan tafel hadden we nog een eenmans “mariachi”, die voor de verandering eens niet vals gitaar speelde en niet vals zong en dus een fooi kreeg. De ober sloeg een kruisje nadat hij van twee vrouwen en flinke fooi had gehad (20 pesos).

De metro, waar je goed moet uitkijken voor zakkenrollers, rijdt, in tegenstelling tot wat je zou verwachten, op banden. De linker en rechter zijrails voorzien de metro van stroom en door middel van dwarse banden wordt de metro op zijn plaats gehouden (zie foto’s). In sommige gedeeltes van de metrotunnels is het behoorlijk warm. Overstappen van de ene naar de andere lijn betekent meestal een flink stuk lopen over trappen en door tunnels.

Van het laatste geld kocht ik nog een trui bij Walmart.

Met de metro, met een tussenstop voor een beker koffie bij het station waar we over moesten stappen, reisden we naar de luchthaven van Mexico-Stad. Ik had de dag ervoor al met de Lufthansa-applicatie ingecheckt, maar voor ons gemak haalden we instapkaarten bij de incheck-balie. Zowel de vlucht naar Frankfurt als naar Brussel was netjes op schema. Er werd tijdens de intercontinentale vlucht net gedaan alsof het nacht was, terwijl het in Europa al ochtend was. Makkelijk voor het personeel, makkelijk voor de passagiers, maar niet handig om de gevolgen van een jetlag te beperken. Ik bleef echter de hele nacht op. Tijdens het wachten in Frankfurt kocht ik elektronische treintickets met de NS International App voor de internationale trein naar huis. De treinen lieten ons gelukkig niet in de steek, dus we waren snel weer thuis, waar het koud was 🙁

https://goo.gl/photos/SV7KshYek7Q21iR78

https://goo.gl/photos/Zn1rXDC7uvSBgGXf6

https://goo.gl/photos/zakqEaNAueUdxJtG6

Een kapper heet in Mexico meestal “estética” (vooral de vrouwenkapper), in plaats van het elders in Latijns-Amerika gebruikelijke “peluquería” (kapper).

Uiteraard was er in Mexico-Stad een goede 4G LTE-verbinding van Movistar. De matige Wi-Fi-verbinding in het hotel werkte maar af en toe naar behoren.

dec 142016
 

In ruim twee uur reisden we naar de grotere stad Toluca de Lerdo (2660 meter, 500.000 inwoners), ongeveer een uur van Mexico-Stad.

De stad is wel groot, maar niet zo groot als Mexico-Stad, maar wel met alle voorzieningen van een stad. Het was fijn om weer te kunnen kiezen waar en wat we aten. Toluco is de hoogste stad van Mexico, maar lang niet zo hoog als de hoogste stad van de wereld, waar we recent nog waren.

In de stad waren er meer accordeonspelers, vaak jonge mensen, soms onverzorgd, dan draaiorgeldraaiers (ojee, Satyamo). Er werd vaak niet erg muzikaal gespeeld.

We zagen het ook al elders: op de stadsbussen worden op de voorruit de bestemmingen aangegeven. Op zich niets bijzonders, maar opmerkelijk is dat er ook winkels genoemd werden zoals Coppel en Walmart. We nemen geen taxi als we met een (stads)bus kunnen gaan, want we vinden het leuker om tussen de lokale bevolking te zitten en bovendien moet een taxi, zeker in drukke steden, meestal aansluiten in dezelfde rij.

Op straat werden “chapulines de Oaxaca” (sprinkhanen uit Oaxaca) verkocht. Je moet er maar zin in hebben …

In café De Allende kregen we met rietsuiker gezoete “Agua de pepino” (water van komkommer) bij het dagmenu. Een “agua” kan van alles zijn, maar het is altijd gezoet en bestaat voor het grootste deel uit, hopelijk, mineraalwater en een smaak van meestal een vrucht (bijvoorbeeld papaya) of een bloem (meestal “Jamaica”, ofwel Hibiscus) of soms, zoals in dit geval, een groente.

’s Ochtends bezochten we de prachtig gelegen en interessante archeologische vindplaats Calixtlahuaca. Er zijn diverse gebouwen en tempels op vier verschillende hoogtes, waar we vrij in en op mochten. De ronde tempel bestaat uit vier lagen van vier verschillende culturen en was gewijd aan Ehecatl, de God van de wind. Er wordt gezegd dat er in de tempel van Quetzalcoatl 11.000 Matlazinca gevangenen geofferd zijn. De binnenste, oudste ring is ouder dan die van het bekende Teotihuacán (naam van een volk en van de bekende archeologische vindplaatsen van Mexico). In één van de nissen was er een rotstekening. Er was ook een klein museum met enige interessante voorwerpen. We waren de enige bezoekers. De aardige beheerder gaf geduldig uitleg over de dingen waar we vragen over hadden. De vindplaats is eenvoudig bereikbaar met een goedkope stadsbus, hoewel het dorpje Calixtlahuaca niet direct bij Toluca hoort. Zowel heen als terug scheurde de buschauffeur als een “loco” (gek) over een slechte weg met veel kuilen en drempels, zodat we flink heen en weer werden geschud. Door een dikke nevel hadden we helaas nauwelijks zicht op de uitgewerkte vulkaan Xinantécatl, ofwel Nevada de Toluca (4690 meter).

In de namiddag bezochten we Jardín Botánico Cosmovitral (vitral = glas), een botanische tuin gevestigd in een oude markthal in art-nouveaustijl uit 1910. Aan het glas in lood, versterkt met metaal, is jaren gewerkt en het is het grootste van de wereld. Het bestaat uit een half miljoen stukken glas, die al 25 jaar door dezelfde twee mannen worden schoongemaakt. Een volledig rondje schoonmaken kost ze 15 maanden. We vonden het zo mooi, dat we het de volgende dag nog een keer bezochten.

De volgende dag bezochten we met een stadsbus het Centro Cultural Mexiquense, een complex waar we drie musea bezochten: Museo de Culturas PopularesMuseo de Antropología e Historia en Museo de Arte Moderno. Een kaartje van slechts 10 pesos (ca. 50 eurocent) geeft toegang tot alle drie de musea, waar we de enige bezoekers waren. Vooral het antropologische museum heeft een erg mooie, uitgebreide collectie, maar ook het cultuurmuseum is zeker de moeite van het bezoeken waard (in tegenstelling tot wat de reisgidsen zeggen, die wel door cultuurbarbaren geschreven lijken te zijn). Of het museum voor de moderne kunst de moeite waard is, hangt af van je smaak. Ik hou niet zo erg van moderne kunst, meer van oude culturen, dus ik loop er meestal snel doorheen en kijk alleen beter naar de paar werken die mij aanspreken.

We sliepen in een ruime kamer in hotel Colonia, dat gevestigd is in een prachtig koloniaal gebouw. We kregen een aanzienlijke korting omdat er geen warm water was. De vloer was van parket en het plafond hoog. Er stond nog een oude beeldbuistelevisie. In sommige hotels kun je kiezen tussen een kamer met een gewone tv en een kamer met een flatscreen, uiteraard voor verschillende prijzen.

https://goo.gl/photos/DVqoNtwpBwEPJWVW6

https://goo.gl/photos/jBbkbedT8ijaoadp8

https://goo.gl/photos/CoicqnmTeuT6z2S79

https://goo.gl/photos/5bt8eRvuLsWuAPVR6

https://goo.gl/photos/7KdiqhP1UMooKLvE8

https://goo.gl/photos/26Tf3GKtEHbLkfZz7

https://goo.gl/photos/2sRqsf5TukhbgnPs6

Door de hoogte van de stad was het soms fris en hadden we regelmatig een vest nodig, hoewel het in de zon dan vaak weer te warm was. In de namiddag, avond en nacht regende het soms fors.

In de stad was er een 4G LTE mobiele internetverbinding van Movistar en in het hotel een snelle Wi-Fi-verbinding, zoals bijna altijd van de provider Infinitum. Een voordeel van een LTE internetverbinding is dat het energieverbruik lager ligt. 

Als het goed is, zullen er tot eind januari geen stakingen van Lufthansa piloten zijn.

dec 132016
 

We konden gelijk in de bus naar Zitácuaro (1942 meter, 175.000 inwoners) stappen en na ongeveer een uur en een kwartier stapten we een paar blokken voor het centrum uit.

We sliepen in het goede en betaalbare hotel Lorentz.

Zitácuaro was niet erg interessant, maar we hadden al teveel gereisd om nog verder te willen reizen. In en naar de stad werd een nieuwe (hoofd)weg aangelegd. Gezien de staat van de oude weg was dat geen overbodige luxe.

De volgende dag gingen we na het ontbijt op weg naar Valle de Bravo (1825 meter, 25.000 inwoners). Eerst met een combi naar het busstation en daarna met een bus richting Toluca naar “El Monumento”, een “cruce” (kruispunt) met een monument. De bus nam de bochtige “libre” (vrije) weg door sparrenbossen en met mooie uitzichten in plaats van de rechte “cuota” (betaalde) weg. Nadat een ambulante verkoper de bus was rondgegaan, kreeg de chauffeur een gratis zakje pinda’s. Langs de weg zagen we “árboles de Navidad” (kerstbomen) en rendieren van hout en mos te koop aangeboden. Hier en daar zagen we een schaapsherder(in). Met een taxi (chauffeur en vijf passagiers) vervolgden we onze weg, wederom over een bochtige weg door sparrenbossen, naar Valle de Bravo. Hanneke zat ongemakkelijk voorin tussen de chauffeur en een medepassagiere. Het leek erop dat de mensen zich een beetje schaamden dat we zo ongemakkelijk moesten zitten. Het laatste stuk was langs een groot stuwmeer, waar ook het stadje aan ligt.

We sliepen in posada familiar Mary, gevestigd in een mooi koloniaal gebouw, waar alles prima in orde was. We hadden een mooi uitzicht op het levendige centrale plein. De muren waren vrolijk geel/oranje geverfd. Ik had iets verkeerds gegeten, dus een vrolijke noot kwam wel goed uit.

Valle de Bravo is een gezellig stadje, met straten van kinderhoofdjes, met een leuke markt, met als bonus dat het aan een groot stuwmeer ligt.

https://goo.gl/photos/pTh96s8SpbNiWmFm7

https://goo.gl/photos/ignvY8sCnEssbAZz6

In Valle de Bravo was het zonnig en warm en zelfs ’s ochtends en ’s avonds konden we in een T-shirt naar buiten. In Zitácuaro was een vest wel nodig.

In zowel Zitácuaro als Valle de Bravo was er een stabiele 3G HSDPA mobiele internetverbinding. In hotel Lorentz was er bij de receptie Wi-Fi beschikbaar, in de kamer helaas niet. In de posada familiar Mary was er geen Wi-Fi beschikbaar.

dec 112016
 

De combi, die voor de deur van het hostal langskwam, worstelde de lange weg (ca. 4 km) door het drukke verkeer van de stad naar “central” aan de rand van de Patzcuaro, waar we een bus naar Ciudad Hidalgo (2060 meter, 110.000 inwoners) namen. De reis kostte ruim twee uur. Een stuk ging over een bochtige weg door een heerlijk geurend sparrenbos naar beneden. Aangezien het zonnig warm was, was de koele lucht van het bos welkom. De groene staat Michoacán beviel ons goed!

We kochten een onsje “arándano” (blauwe bosbes) met bruine en witte chocolade (vergelijkbaar met chocoladerozijnen). We aten een aangepaste “hamburguesa vegetariana” en een “ordén de papas” (een portie verse friet) en dronken “raspado tamarindo” (schaafijs met tamarinde).

Tamarinde

We sliepen heerlijk in het uitstekende driesterrenhotel Morenita, een paar blokken van het centrum. Het was het beste bed tot dan toe. We kozen er bewust voor om niet in het vijfsterrenhotel een paar deuren verder te slapen, ook al was de prijs vergelijkbaar. Behalve dat het een hoog gebouw was, houden we niet zo van de onpersoonlijke sfeer in zulke hotels.

Ik liet mijn haar knippen, wat inmiddels wel nodig was, door een oudere man die al 44 jaar in het vak zat. Voor de prijs die ik in Nederland betaal, kan ik mijn haar in Mexico zeven keer laten knippen.

De volgende dag reisden we met een lokale bus, die op zijn gemak een niet al te beste weg volgde, naar het dorpje Aporo, waar we in het begin van de middag quesadillas en sopa de Tarasco aten. Met een combi reisden we door naar het mijnwerkersdorpje Angangueo (2560 meter, 10.000 inwoners), waar we sliepen in het eenvoudige maar functionele casa de huespedes (gastenhuis) El Paso de la Monarca. De betonnen trap naar boven was drie keer met verschillende kleuren betonverf geverfd en door slijtage waren alle drie de kleuren inmiddels zichtbaar geworden. Het warme water, slechts één temperatuur, voor de douche was op aanvraag, want er moest een geiser aangestoken worden. Zeker gezien de prijs van het hotel, meer een posada, was alles prima in orde.

Hoewel er veel moeite was gestoken in de levensgrote beelden van flessen, doppen en melkpakken (zie foto’s) stelde het feest van het dorp op de zondag dat wij er waren niet zoveel voor.

Ik had verwacht dat Angangueo toeristisch zou zijn, maar dat was het eigenlijk helemaal niet.

Mariposa Monarca

Na een goede nacht slapen en een goed ontbijt, gingen we al vroeg met een bus richting Tlalpujahua en stapten we na ongeveer een kwartier uit nabij het natuurreservaat voor de mariposa (vlinder) Monarca. Het gras langs de weg was wit bevroren. We liepen een minuut of twintig omhoog naar de ingang van het park, waar we paarden huurden voor de laatste honderden meters omhoog (3350-3400 meter). In de bomen zagen we duizenden, misschien wel miljoenen, Monarchvlinders. Door de warmte van de zon gingen ze vliegen. Later werd het bewolkt en werd het weer stil.

Zo’n 150 miljoen vlinders vliegen in vier à vijf weken vanuit de VS en Canada naar Mexico en overwinteren in de bomen van het natuurreservaat, waarschijnlijk vanwege de temperatuur en de vochtigheid. In januari en februari produceren zij hun nageslacht, dat terug vliegt. De vlinders hebben een korte levensduur, dus de klein-klein-kleinkinderen vliegen weer terug om te overwinteren. Waarom de vlinders dit precies doen en hoe zij navigeren is tot op de dag van vandaag een mysterie.

Op de terugweg hadden we helaas een discussie over de prijs van de paarden, ondanks dat de prijs vooraf duidelijk afgesproken was. Ik betaalde de afgesproken prijs gepast en liep gewoon weg, terug naar de weg. We hoefden niet lang te wachten op transport terug naar het dorpje, waar we onze rugzakjes ophaalden en nog wat aten.

https://goo.gl/photos/W4oebe3MpPH23cG6A

https://goo.gl/photos/BDosPs46MNuWwQng9

https://goo.gl/photos/XsS138kPGCrWFQWZ8

https://goo.gl/photos/VnmnNuZ3BweozQHL8

De route die wij volgden vanaf Ciudad Hidalgo naar de Monarchvlinders zoals boven beschreven is veel sneller, goedkoper en eenvoudiger dan die in de reisgidsen staat. Het vereist wel enige beheersing van de Spaanse taal, want je moet vragen waar en wanneer de bussen en combi’s precies vertrekken.

In het Cuidad Hidalgo was er een stabiele 3G HSDPA internetverbinding van Movistar. In het hotel was er een zwakke Wi-Fi-verbinding.

In Angangueo was er geen signaal van Movistar. In het hotel was er een prima Wi-Fi-verbinding.

Ik gebruik op reis gemiddeld ongeveer 20 MB per dag aan mobiel internet.