jun 142018
 

Met stadsbus 1 gingen we in een kwartiertje naar het busstation van Kutaisi. We moesten een minuut of twintig wachten op het vertrek van een marshrutka naar de badplaats Batumi aan de zwarte zee (ruim 140 kilometer). Het minibusje reisde over een goede, provinciale weg door een bebost gebied naar en langs de Zwarte Zee kust. We hadden vaak zicht op bergen met besneeuwde toppen. We passeerden dorpjes met gele, bovengrondse gasleidingen op menie-kleurige palen aan weerszijden van de weg. De gasmeters zaten buiten in soms roestige kasten. De grond was hier vast te hard om de leidingen in te graven. Af en toe moest er geremd worden voor koeien op de weg of voor iemand die langs de weg stond en mee wilde. We gingen vele malen over dezelfde enkele spoorlijn met onbewaakte overgangen. Snelheidsbeperkingen, 30, 40, 50 of 70 km/u, werden genegeerd en er werd ingehaald waar mogelijk. Het laatste stuk, dichtbij de kust van de zwarte zee, bracht een beetje verkoeling. Na ruim twee uur stapten we eerder dan gepland uit in Kobuleti, een wat kleiner badplaatsje (18.000 inwoners) een kwartiertje voor Batumi.

De bushalte was naast het kantoortje voor toeristische informatie, dus stapten we even naar binnen. We werden vriendelijk te woord gestaan en we gingen weg met kaarten van Kobuleti and Batumi en wetende hoe we heen en weer naar Batumi konden reizen.

Vlakbij was een prima en goedkoop restaurantje. Een goede Turkse koffie kostte maar een halve lari (~15 cent). Hanneke at een Adjarian khachapuri (bootvormig, vers brood met boter, kaas en een eierdooier). Aardig om te vermelden is dat Kobuleti in de zelfstandige provincie Adjara ligt. We bestelden ook “free”, iets wat we al eerder op een in het Engels vertaalde menukaart hadden gezien. Het was niet gratis (3 lari ~ 1 euro), maar het was wel een bord vol met vers gesneden en gebakken patat. Een mevrouw van het restaurant kwam even aan onze tafel zitten om de bestelling op te nemen. We hadden al eerder gemerkt dat de gerechten naar de tafel komen als ze klaar zijn, dus je kunt bijvoorbeeld eerst de bestelde soep en salade krijgen en pas als laatste de bestelde patat. In het restaurantje was een jukebox, die af en toe een liedje speelde.

De overnachtingsplek die ik uitgezocht had was erg rommelig, dus we bedankten vriendelijk. De mevrouw die ons in de juiste richting gewezen had, kwam naar ons toe en maakte duidelijk dat ze ook wat in de aanbieding had. Het was een keurige hoekkamer met twee ramen in een stevig appartementsgebouw op de derde verdieping. De prijs die ze vroeg was redelijk en Hanneke dong zelfs nog wat af. Op de vloer lagen Sahara-gele tegels en het behang was rood-beige gestreept met gouden glittertjes. Er was een gedeelde keuken met een tweepits gasfornuis, maar lucifers of een aansteker ontbraken, dus we kochten een aansteker-zonder-vlam. De bedden sliepen goed en de douche was in orde, hoewel het warme water wisselend van temperatuur was. Dat was niet erg, omdat het koude water toch niet erg koud was. Er was een goed werkende airco, die we voor het slapen een half uurtje aanzetten om de ergste warmte kwijt te raken. Aan de sleutel van de deur zat een schelp als sleutelhanger.

We deden een klein wasje met de hand (alleen onderbroeken en sokken). De was was redelijk snel droog, hoewel droog in een subtropisch klimaat relatief is. Onder de douche en buiten de douche voelde het even vochtig aan …

We staken de hoofdweg over en bezochten de markt, die over een paar straten/blokken verspreid lag. We zagen voor het eerst grote bosbessen te koop. Naast groenten en fruit waren er vooral praktische zaken, zoals huishoudelijke artikelen en ijzerwaren te koop.

We liepen een klein stukje langs de eenvoudige boulevard. Het strand was rustig en bestond voornamelijk uit grote kiezelstenen. In de verte zagen we vaag Batumi met zijn hoge gebouwen. Het leek erop dat het hoogseizoen nog moest beginnen.

Na het avondeten gingen we met een marshrutka ongeveer 10 kilometer richting Batumi naar het Petra fort nabij het plaatsje Tsikhisdziti, dat op een plaats staat die al sinds de steentijd wordt gebruikt. Helaas kwamen we na sluitingstijd aan. Het fort is open van 10:00-18:00 en gratis toegankelijk. Tijdens de openingstijden is er waarschijnlijk een bewaker die de boel in de gaten houdt. We liepen een nabij pad in en kwamen bij een vervallen Sovjet? hotel met een mooi uitzicht op de Zwarte zee. Gezien de enkele opgemaakte bedden zag het ernaar uit dat arbeiders het als een slaapplek gebruikten. Het pad ging verder naar beneden langs een bronnetje naar een spoorlijn waar we van bovenaf al een trein op hadden zien en horen rijden. Er groeide heerlijk geurende wilde Hibiscus. We staken de spoorlijn over om steil verder omlaag naar het strand te gaan. We liepen over grote kiezels wat een eigenaardig hol geluid gaf. Het rollen van de stenen door de branding maakte ook een eigenaardig geluid. Er was een tunneltje met een riviertje onder het spoor door. Aan de andere kant van het tunneltje was een kleine waterval. Terug bij aan de zeekant van het tunneltje volgden we de hier smalle kuststrook nog een stukje, waarna er een trappetje naar boven was. Daarna volgenden we het spoor naar de weg. Er waren stenen en houten bielzen. Sommige houten bielzen waren kapot en sommige schroeven en nagels zaten los. We lieten een lange goederentrein met volle tankwagons langs ons denderen en liepen daarna over een ijzeren bruggetje naast het spoor hoog over de weg. We zagen de auto’s onder ons door rijden. Met een marshrutka reisden we terug naar het stadje. De chauffeur en een passagier van de marshrutka keken op mijn smartphone om ons zo precies als mogelijk op de juiste plaats uit te laten stappen. De mensen in deze streek staan bekend om hun gastvrijheid.

’s Ochtends werden we wakker van het verkeer dat weer op gang kwam en het kraaien van een haan.

Het was warm, tegen de 30 graden, en vochtig, ongeveer 70 %. ’s Nachts koelde het af naar 22 graden.

Kobuleti · 122 nieuwe foto's toegevoegd aan gedeeld album
Kobuleti · 122 nieuwe foto’s toegevoegd aan gedeeld album